dagboek Henny van Oosterhout deel 1   mei/juni 1946

 
Dinsdag 28 mei ‘46
Om 08.00h kwam de truck ons ophalen. Heb daarna lekker geslapen tot 12.00h. Om 15.00h theorie van sergt.Krikke. 
Om 21.00h avond appèl. Vannacht gaan we er weer op uit. Om 02.15 h reveille, dus ga ik slapen. We hebben een korte nachtrust en het wordt morgen een zware dag.
 
Woensdag 29 mei’46 Actiedag.
Om 02.00 h werden we gewekt door een korporaal v/d wacht en  plenty slaap nog. Bij een flikkerend kaarsepitje ons snel aangekleed. Brak bijna mijn nek over de munitie die we gisteravond op de grond klaar hadden gelegd. Vlug gegeten, veldfles gevuld met zwarte thee,dan even snel een sigaret opsteken ….. Ransel om, met 150 patronen, 6 barenmagazijnen en een handgranaat. Laat ze maar komen! Om 03.15 vertrokken we met de trucks richting Gombel. We passeerden de stellingen van 13 R.I. Uitstappen,  stelden ons sectiegewijs op, ons pel (2e) en daarna het 3e pel. Het 7e R.I. moest voor ons de kampong innemen. De artillerie begon te blaffen en granaten vlogen over ons heen. De dageraad begon door te breken en we zaten te wachten bij een chinees kerkhof. We konden nog even genieten van en prachtige zonsopgang. Een rode bal juist over de heuveltoppen. We hoorden het schieten van 7 R.I.. De artillerie jeeps en radiowagens passeerden ons. Het was nog lekker koel. Bij een kruising passeerden wij de radiowagen die de verbinding aan het maken waren. Langs de weg passeerden we een peloton KNIL-Ambonezen die zich, gewapend met geweer en Klewang, verdekt langs de weg hadden opgesteld. 
We kwamen in de kampong en een lawaai en een herrie Net een kippenhok! Er werd gebruld: “Voorwaarts!!” Dan hoorden we:”links” enz. Nu, die extremisten konden precies horen wat we van plan waren. Wij moesten wachten. Tot we langs de bomenrij waren waar we ons verdekt hadden opgesteld. Het werk van 7 R.I. was afgelopen. Nu kwam de 2e comp. Van 2-6 R.I. aan de beurt. Rechts van ons hoorden we machinegeweervuur van lichte en zware brens.Dat waren de stoottroepen van 12 R.I. Wij moesten ons klaar houden om in linie een grote, open sawahvlakte over te steken. De vlakte was ongeveer 800 meter breed. Het commando “Voorwaarts” klonk. Ik kroop uit mijn dekking en klauterde de droge kali over. De hele comp. Liep in linie van ongeveer 800 meter breedte met het geweer in de aanslag. Ik verwachtte vuur op ons maar dat bleef uit. 
De zon brandde nu op ons lijf en we zweetten. Maar”vooruit’, de oversteek was eerst droog, maar het laatste stuk was er blubber en zakten we tot onze kuiten in de moerasachtige modder dat je lichtelijk vast zoog. Wietze zag ik over een heuveltje vallen met zijn kont in de modder. Ik hoorde hem vloeken en toen krabbelde hij overeind. Zo bereikten we de kampong die verscholen lag achter het geboomte. “Langzaam en voorzichtig voorwaarts” klonk het en daar hadden we de eerste hutten in het zicht. Met ? man erin. Vlug kijken……, niets te zien. En verder, doch verband houden met elkaar onderlinge afstand ±8 meter. Zo namen we ineens de hele kampong. Ik heb de bren nog horen schieten, waarschijnlijk van het 1e peloton. 
We kwamen nu op rot terrein. Heuvels op en daar stonden manshoge doornstruiken, een vervloeking voor de infanterist. De ganse comp. Draaide nu naar links. Het 2e pel. Kreeg bevel om de heuveltop op te gaan en te bezetten. We hadden hier een mooi uitzicht. Ik maakte mijn koppel los, gooide mijn brentassen af en ging zitten om te thee te drinken. Ik schatte dat het ± 10.00 h was. Mijn doek was kletsnat, daar had ik mijn gezicht mee afgeveegd. Ik kan nu begrijpen waarom ze de zon de koperen ploert noemen. Geen zuchtje wind dat verkoeling geeft.
Er kwam bericht :”eigen troepen in het voorterrein” en ja het waren de mensen van het 1e pel. We hebben een half uur daarboven op die top gezeten. Daar heb ik mijn 4 biscuits opgegeten. Daarna daalden we de helling af. Onder in het dal stroomde de Kali.
Toen kwam het 3e peloton van de weg af en sloeg links af om dan evenwijdig met de twee andere pelotons mee te lopen. Nu ging het dan weer naar de volgende kampong. Die lag achter een heuvel. Het is een mooi gezicht; al die secties  verspreid de heuvel te zien beklimmen. Voor de top moest gewacht worden en stelling nemen.
Plotseling riep Seyen: “Daar vijand!’  Hij rent naar de bren en begint te schieten in de richting van de bomengroep waar de kampong ligt.  Ongeveer tien personen in witte kleding. Van alle kanten klonk vuur. Ik gaf ook een schot af, maar het ketste. Ik haalde de grendel terug, maar die zat vast en eer ik een nieuwe patroon erin had, zag je niemand meer. We gingen weer in linie met het geweer in de aanslag naar voren, drongen de kampong binnen en zagen een tiental vrouwen en 2 mannen die op de grond zaten te wachten op de dingen die zouden gaan gebeuren. Een van die kerels had een schot in zijn achterste. Ze hadden nog rood-witte vlaggetjes op van stof. Die hebben ze later van de Ambonezen, die achter ons kwamen, moeten opeten. Nu, dat zal wel lekker gesmaakt hebben, dat Merdekavlaggetje. Wel wat droog.
Toen we daar ook weer door de kampong heen waren, namen we stelling aan de heuvelrand. We hebben daar ongeveer een uur gelegen. Onderwijl brak een helse kanonnade los van artillerie, mortieren en mitrailleurs. 
We konden de inslagen zien. Ik schat op ± 1800 meter rondom de heuveltop en vlak daarachter zag ik een 30 tal extremisten. Je kon ze zien liggen en ze schoten met Hollandse karabijnen.”Paf, paf”;klonk het, maar toen werd het te warm voor de heren. De mortiergranaten vielen tussen hen in en toen smeerden ze hem maar. Ik zag nog 2 man met een draagbaar, waarschijnlijk een gewonde van hun. Ze verdwenen achter het geboomte. Wij konden niets doen. De schotsafstand was te groot voor ons. 
We kregen nu ook bericht dat de actie was afgebroken en we huiswaarts gingen, maar we moesten nog ongeveer 8 km door zwaar terrein lopen. Ik nam de bren van Wietze over en we gingen dorstig en met knikkende knieën de heuvels op en af. Glijdend en vallend ging dat. In de verte zagen we een hoop volk en trucks. Daar stonden ook de mortieren opgesteld en de Vicker-mitrailleurs. Eindelijk bereikten ook wij dat punt. We kwamen nu op de smalle weg die steil op en af ging. Daar gaf ik Wietze de bren over. Ik kon niet meer. Mijn tong was dik en droog. Nog 3 km naar onze trucks. In de verte zag je het droge gras branden waar de granaten terecht waren gekomen. We benijdden die mortierschutters die langs ons reden met de halftrucks. Ik zat in de laatste sectie. Slof, slof, gingen automatisch onze voeten. Eindelijk, daar stonden de wagens! God zij dank! We stapten op de wagens en reden weg.
Wat een heerlijk koelte op onze verbrande gezichten. Bij de legering van 13e R.I. stopten we. Er was daar limonade en er werd chocolade uitgereikt. En toen in vliegende vaart over mooie wegen naar Tjandi. De zig-zag weg naar benedenstad en eindelijk waren we op onze kazerne. Ik kon bijna niet meer lopen. Ik had mij tussen mijn benen(liezen) helemaal kapot gelopen. Van de wagen afgestrompeld en “ingerukt mars” de kamers in. Het was 15.30 h. Vlug de zware rommel van het lijf af. Alles wat nat van het zweet.. Daarna gegeten. Dat smaakte! Daarna een heerlijk mandie-badje, wat knap je daarvan op. Vooral dat koele water op mijn liezen. Toen eerst de wapens poetsen. Daarna wat gerust tot etenstijd. Toen was het 18.00h. Ja, het was vandaag de zwaarste dag geweest. Ruim twaalf uur bezig aan een stuk onderweg geweest en dan nog in de gloeiende zon.
 We zijn toch nog naar de bios geweest. Daar werd een moordfilm gedraaid. “sis Hopkins”. Daar hebben we ons een deuk om gelachen. Het was een leuke en ontspannende film. Om 21.30 h  lag ik onder de wol. 
Maf ze.
 
Donderdag 30 mei’46.
Hemelvaartsdag, een echte luier dag. Dat een mens goed, zo’n rustdag.
 
Vrijdag 31 mei 1946.
Vandaag grote schoonmaak in alle legeringruimten en om 13.00h plotseling bericht. Alles klaarmaken voor de ontzetting  van de 1e comp. op het vliegveld. Die zijn ingesloten door de extremisten. Binnen tien minuten waren wij klaar. We vertrokken met de trucks naar het vliegveld(2e pel). Daar was alles in rep en roer.
Het is daar wel veranderd op het vliegveld sinds wij vertrokken zijn. We zouden met de wagens een stuk weggebracht worden. 
De 1e wagen reed weg en bij het eerste bruggetje nam de chauffeur de bocht te scherp, zodat soldaat Piet van Boxtel van onze sectie uit de truck werd geslingerd. Hij was er lelijk aan toe!! Hersenschudding en zijn arm gebroken. De wagens kwamen weer terug. Uitstappen en wachten. Ondertussen was de ambulance ook gearriveerd. Arme Piet. 
Eindelijk vertrokken we en gingen over de spoorrails tot achter het station. Wij waren voorsectie. Ondertussen was ook de artillerie in actie gekomen. Bij het station gingen we de sawah's door. Modder en moeras, waar je tot je middel in weg zakte en stinken als wat! We zagen er in een oogwenk ontoonbaar uit. Het water klotste in de schoenen en het zweet droop van het gezicht. We gingen een klappertuin in met ook veel doornstruiken en moddersloten. We moesten een ketting vormen om er door te komen. Ondertussen hoorden we brenvuur van het ingesloten peloton van de 1e comp. Het kwam links van ons. De  radioman probeerde contact met het ingesloten pel. te krijgen. Op een plaats rusten wij wat en Ferdy Janssen (26 jaar, oppasser) zou in een klapperboom klimmen. Hij smeet een 5 tal kokosnoten naar beneden en wilde weer naar beneden, toen een tak afbrak en hij als een kokosnoot naar beneden kwam. Hij had zich gelukkig niet bezeerd. 
Toen ging het  vooruit tot we aan een open plek kwamen. De spoordijk over. De 3e sectie naar voren, 2e sectie volgt. Plotseling geweerschoten. Schoten van link snipervuur. Van de 3e sectie schoten terug. Daarna terugkomen, want de 1e comp. had zich losgemaakt en was ook op terugtocht. Nu ik was blij ook, want dat was een taaie en blubberige geschiedenis. Om 17.30h waren we weer thuis.
 
Zaterdag 1 Juni ‘46
Vanmorgen om 7.00h een verkenningspatrouille gemaakt naar het kruispunt. Niets bijzonders gebeurd. Waren om 13.00h terug. Vanavond om 16.30h wachtdienst. Het 1e pel, is vertrokken naar het krachtstation en de sluis en van de 1e comp. is een peloton hier gekomen van het vliegveld.
 
Zondag 2 juni ‘46
Vannacht zijn er mortiergranaten in de stad gevallen. Ik stond met Pietje op het balkon op wacht. Er werd flink geschoten op de buitenposten. Ik hoorde geweer en brenvuur. Later schoot de artillerie terug.
 
Maandag 3 juni ’46 actie in de stad.
Vanmorgen vroeg werd gezegd:”Veldtenue”. “O”, dacht ik,”het geeft weer zo’n vuile modderpatrouille. Maar nee, we kregen om 8.30 h theorie, huis en straatgevechten. Oud nieuws, dat we al meer hebben gehad. Daarna op onze kamers werden we weer plotseling teruggeroepen, naar de theoriezaal. Daar gaf luit.Nortier ons het plan van de dag, o.a. 
Wij gaan het hoofdbureau van de civiel overvallen met 2 pelotons. Het 3e pel. moest  het gebouw aan alle zijden omsingelen. Het 2e pel. moest vanuit de hoofdingang de trap op stormen en alles wat weerstand bood, neerschieten. Er waren ± 100 personen die bewapend konden zijn met granaten en revolvers. Om 9.00h gingen wij op de trucks en in volle vaart de Bodjong op.  Toen wij bij het gebouw waren, stonden alle politiemannen voor de ramen en bij de ingang te wachten op de zogenaamde inspectie van de kolonel. Wij sprongen van de trucks af en stormden naar de hoofdingang.
Luit.Nortier was een van de eersten. Sloeg met de kolf van het geweer links en rechts om zich heen. 
De politie was zo verbouwereerd en geschrokken dat ze geen tijd hadden om weerstand te bieden. Ze werden op een hoop gedreven. De 1e sectie zocht naar wapens. Wij, de 2e sectie,  renden naar de 1e verdieping. Daar troffen we een verschrikte groep mensen die daar werkten. Chinese ambtenaren en Nederlandse burgers en een tiental secretaresses ( meisjes) dat hadden we niet verwacht.  Er werd geschreeuwd: “handen omhoog!” En alles ging naar beneden. Bureau’s werden opgebroken. Vulpennen en alles was achtergelaten. Ook vond ik bureauladen vol met Ned.Indisch geld en kasten vol Amerikaanse uniformen en schoenen. Luit. M. nam een kepi dus namen wij allemaal er een mee. De politie werd verhoord  Op straat stond het vol mensen. 
Ongeveer 13.00h zijn we weer vertrokken. Het derde peloton bleef achter als bewaking. Het 2e werd gefouilleerd omdat er geld weg was uit die bewuste bureauladen. En ja hoor, een paar man had geld bij zich in nieuwe bankbiljetten. Een had zelfs f 80,-  bij zich gestoken. Sommigen hadden het geld verstopt. Ik had Seijen gezegd dat daar geld lag. Hij was de hoogste in rang en zou het doorgeven. Later bleek dat op de bovenverdieping Nederlands personeel hun kantoor hadden dat was niet bekend bij ons. Wel een ander had mil .overhemden en revolvers, munitie, klewangs en handgranaten gevonden Die werden allemaal ingeleverd. Daarna naar de kazerne om te eten. 
Om 13.30h vertrokken 2 secties om het  3e af te lossen. Ondertussen waren er allerlei hoge Ome’s van de Ned.Politie en militairen aanwezig. De CP werden op de truck geladen en weggebracht. Er werden flessen wiskey gebracht, die in beslag genomen waren. We kregen de man 2 borrels, die branden me in mijn maag. Daarna moest ik op de hoek van de straat naast zo’n publiek huis op wacht. En lonken en lachen deden die girls. De anderen waren er mee aan het praten. Ondertussen was het donker geworden. Het eten was al gebracht en er werd al flink geborreld. Er liepen er al die behoorlijk aangeschoten waren. Ook bij de pas aangestelde politie, want er werd ook daar op de overwinning gedronken. 
Om 21.00 uur werden we afgelost door de 1e comp. Alle manschappen van 6 R.I. waren geconsigneerd. Alle politieposten overgenomen en vervangen. Het was een spannende dag geweest.
 
                                                                                       .Henny van Oosterhout 2-6 R.I