Afscheid

 
In het voorjaar 1948 neemt het bataljon II-6 R.I. Afscheid van Semarang. Het gehele bataljon stond aangetreden op een groot plein om te luisteren naar een afscheidstoespraak van de bataljonscommandant. Allen staan te wachten wat er gaat gebeuren en menigeen zal tijdens de stilte terugdenken aan de jeugdjaren die als een film voorbij schiet. 
In de leeftijd van 17 tot 25 jaar en ouder heeft men in Nederland de oorlogsjaren beleefd. Velen van ons hebben ook  tijdens deze oorlogsjaren het niet altijd gemakkelijk gehad. Later verdwenen velen in het verzet of gingen onderduiken om onder het juk van de Duitsers uit te komen. 
Na de bevrijding kwamen ze bij de Binnenlandse Strijdkrachten of trokken met de Engelsen, Canadezen of Amerikanen mee Duitsland in. Met de oprichting van het Nederlandse leger waren allen weer present en meldden zich als oorlogsvrijwilliger met een verbandacte overal ter wereld inzetbaar en voor onbepaalde tijd. Voor opleiding vertrokken een gedeelte naar Frankrijk anderen kwamen in Den Bosch terecht. Waarom, waarvoor, ieder had zo zijn eigen motief om door te gaan. Nederland was er maar voor een gedeelte bevrijd, dus zag menigeen het doel wel voor ogen, om mee te doen anderen landgenoten te bevrijden. Zo kwam dan II-6 R.I. tot stand en zo vertrok de hap dan ook  via Engeland naar Ned.IndiŽ. 
Het bataljon Schoen kapot een naam altijd in ere gedragen. Menige blauw-helm 2000 zou het in zijn broek doen bij het zien van de uitrusting en bewapening. De tropenuitrusting was ook al niet alles. Maar de oorlogsvrijwilliger behandelde zijn kloffie met liefde, zoals hij thuis van zijn moeder had geleerd, schoon en zuiver, niet
helemaal nieuw, maar wel zonder gaten. Wat de bewapening betrof het afgedankte materieel van het Engelse leger rijp voor de schroot. Maar de soldaat behandelde zijn wapen alsof het zijn geliefde was, met eer en trots zonder te mekkeren. 

En zo vertrok hij naar het onbekende, niet weten waar naar toe. Naar het einde van de andere Wereld, misschien in zijn rugzak zijn jeugdherinneringen, zijn vaderland achterlatend op weg naar wie en waar. Zijn opvoeding en schooljaren als atlas en wegwijzer in deze vreemde wereld. Om anderen te helpen die nog geen bevrijding kende, soldaat zijn zoals hij tijdens zijn opleiding had meegekregen. Voor orde en vrede dat was het. Het halve jaar in Brits-IndiŽ was ook al geen vetpot, verstoken van alles wat een opgroeiende jongen nodig had om zich in deze wereld staande te houden. En dan de  landing bij Semarang ( Java) Ned.Ind. Voor de meeste onder ons was dat het begin van het niet weten waarheen, waarvoor en voor hoelang. 

 

Ruim twee jaar kwamen de meeste van ons terecht op een voorpost rond de stad Semarang
Het vliegveld, Persilan of welke andere locatie. Het werden twee lange jaren van ellende, patrouille lopen, door de blubber ploeteren, uit bed gehaald voor een of andere actie. Zo zou ik nog wel een tijdje kunnen doorgaan om al die ellende op te noemen. Met soms een gedachte : nu zijn ze ons allemaal vergeten. behalve de ene van boven, het grootste  deel van het bataljon bestaande uit Brabanders en Limburgers met een katholieke opvoeding, toch die engelbewaarder in de rugzak waarop je een beroep kon doen als je het soms moeilijk had. 
Niets begrijpend van de politiek van wachten, hiervoor waren we dan ook niet naar Ned.IndiŽ vertrokken. 
Maar ja, van de politiek hadden we dan ook geen kaas gegeten, ze doen maar.

 

"Mannen opgelet", zo klonk het plotseling, "Geef  acht" 
Zo kwam de werkelijkheid weer in beeld, waarom wij hierop dit plein stonden. De toespraak van de 
bataljonscommandant was achter de rug en werden de namen voorgelezen van onze vrienden die niet aanwezig waren. De laatste rustplaats op Tjandi waren ze achter gebleven. Voor allen die hier nu stonden aangetreden toch emotioneel moment, ook voor de keiharde kerels onder ons. Ze allen pinkten een traantje weg, het is dan ook niet niets. 
Vier volle jaren hadden ze lief en leed met elkaar gedeeld. En als dan het Wilhelmus van Nassau weerklinkt, is het net of de grond onder je voeten vandaan wordt gerukt. Vanaf dit moment was voor de meeste onder ons, het tijdstip aangebroken, het einde van de vier of vijfjarige diensttijd. 
Zoals we allen nu weten, was het bij terugkeer in de burgermaatschappij niet alles koek en ei.†
    
Hospik A.M.Schouten