De beklimming van de berg Merbaboe op 4 april 1948.
 
 
Vele maanden was ik met mijn 3inch-mortiersectie gedetacheerd bij een compagnie ter eventuele ondersteuning in kampement Kopeng. Kopeng was vroeger een vakantieoord en lag in het zadel van twee bergen op een hoogte van 1400 meter. De ene berg was de Merbaboe en de andere was maar een klein bergje vergeleken met de Merbaboe. Merbaboe betekent in het Maleis ‘Vrije dienstbode’! De berg was 3145 meter hoog!  Er was zelfs nog een oud zwembad, uiteraard een lege betonbak……. Na een tijdje zwoegen van onze sectie kregen we het water weer aan het lopen, waardoor we na enige dagen een volle kuip hadden en we weer lekker konden zwemmen.! In een groep heb je altijd handige mensen, die zoiets kunnen oplossen…..
Ons kamp lag op een hoogte, zoals gezegd van 1400 meter. Om de berg te beklimmen zouden we 1.745 meter stijgend moeten overbruggen. Dat plan om dat te proberen had ik al maanden in mijn hoofd. Toen heb ik mijn sectie gepolst wie het aandurfde om mee te gaan. Met zijn zevenen waren we het eens, allemaal doorzetters! Toen heb ik toestemming gevraagd aan de compagnies- commandant: de berg lag in het: ‘Niemandsgebied’!
Hij gaf ons toestemming, onder voorwaarde dat we normaal gewapend op stap gingen, inclusief brengun! Aan mij gaf hij zijn grote dienstkijker mee en wenste ons veel succes. De kijker kwam goed van pas, want we hadden een prachtige dag gekozen, de gehele dag stralend weer, zonder wolken.
Na acht uur klimmen waren we op de top en zagen op honderd kilometer nog bergen zoals de G.Moerjo bij Koedoes. Alle steden in de omtrek waren te zien. Echter, Solo konden we niet zien, vanwege de bewolking in die richting. Zuidelijk zagen we vlakbij de beruchte Merapi met de bekende rookpluim ongeveer 2900 meter hoog.  Onlangs zijn helaas weer veel mensen omgekomen wegens een uitbarsting. Als het een aantal jaren goed gaat zijn mensen altijd weer bereid om op gevaarlijke plaatsen te gaan wonen, mede door de vruchtbare grond.
 
Over de klim moet ik nog even iets zeggen: Na ongeveer ¾ van de klim waren er twee jongens die beweerden iemand te hebben gezien……………..Was het de vermoeidheid die mogelijk een rol speelde, want de andere vijf waaronder ikzelf hadden niets gezien! We hebben ernstig overlegd: of doorgaan of met zijn allen terug! De meerderheid, waaronder ikzelf, was voor doorgaan en dus gingen we door…….! Het bleef rustig op de berg…
Toen we eenmaal boven op de berg en uitgekeken waren op de prachtige omgeving bleek dat niemand nog drinkwater in zijn fles had.
                                           
Het afdalen was natuurlijk niet zo moeilijk als opstijgen, maar ik heb ze toch aangespoord om kalm aan te lopen en goed uit te kijken. En ja hoor, snel was het geluk met ons: we vonden een oude bamboeleiding die aangesloten (lekkend) was op een waterbron! In korte tijd waren onze flessen weer gevuld met heerlijk koel en zuiver water……….
 
Volgens mijn dagboek waren we om 6 uur n.m. behouden terug in Kopeng, terwijl we kort daarna hoorden: Officieel werd bekend gemaakt dat het vertrek van 2-6RI is vastgesteld op 21 april a.s. per m.s. ‘Johan van Oldebarnevelt’. Natuurlijk waren we blij dat we juist vandaag deze mooie tocht hebben mogen maken met zo’n prachtig weer, want zeer binnenkort vertrekken we uit Kopeng!!! Zoiets moois zien we nooit meer………….
 
Jan Wijers 2-6 RI.  († 2011)
 
                                                       terug naar verhalen    /   terug naar index