Het leven van Cees Groen  deel 1

  
Cornelis (Cees) Groen  werd geboren in Rotterdam, als negende kind en jongste  zoon van Gerrit Groen en Dirkje Schop. Toen hij  een jaar of vier was kwam het leven van de jonge Cees bijna tot een  vroegtijdig einde. Om een uur of 7 ‘s avonds liep hij met zijn hoepel door een zandhoop en kieperde zo in de Rijnhaven, in water van minstens 3 meter diep, rakelings tussen de havenmuur en een schip, een ruimte van minder dan een meter. Een voorbijlopende schipper kwam op de angstkreten van kinderen af en haalde Ceesje uit het water.
De hoepel had hij nog in zijn hand toen hij druipnat thuis werd bezorgd, waar hij zijn beklag deed bij z’n moeder, want de schipper had hem zomaar ondersteboven gehouden en hem een plak slaag gegeven. Moeder legde hem uit dat de schipper dat gedaan had om het water uit zijn longen te krijgen. Toen wreef Moeder met een halve ui over z’n enkels tegen een eventuele verkoudheid. Dat vond Ceesje erg prettig. 
In 1929, toen Cees ongeveer zes jaar oud was verhuisde de familie naar Eindhoven. De Crisis zaaide armoede wereldwijd en vader Groen kon zijn Water en Vuur winkel niet langer handhaven, nu zoveel klanten hun rekeningen niet konden betalen en zo werd besloten om naar de Lichtstad te ‘emigreren. Philips, die sinds 1891 radio’s en gloeilampen maakte, zorgde goed voor zijn personeel dat uit alle 11 provincies toestroomde. Hele woonwijken met ruime huizen werden gebouwd, met scholen, winkels, sportvelden, schouwburgen en poliklinieken.
Cees had het best naar z’n zin in die jaren. De tradities van vroeger werden voortgezet en ‘s Zondagsmorgens, terwijl  moeder het ontbijt klaarmaakte speelde vader op het harmonium dat meegekomen was uit Rotterdam, de eeuwenoude psalmen en gezangen.
 
Vader was vaak ouderling in de Gereformeerde Kerk en het gezin leefde volgens de strenge richtlijnen van de Calvinistische leer.  Na zijn lagere schooljaren had Cees moeite om een geschikte baan vinden. Intelligent en artistiek als hij was, maar zonder verdere opleiding vond hij nergens z’n draai. Toen hij 16 jaar was kreeg hij toestemming van zijn vader om bij de Marine te gaan. Helaas, een paar weken voor dat hij zich aan kon melden in Den Helder brak de Tweede Wereldoorlog uit en ging zijn plan niet door.
In Februari 1943 kwam de gevreesde gele envelop met het bevel dat zijn broer Gerrit en hij zich aan dienden te melden bij het Duitse arbeidsbureau. Ze wisten wat dit betekende, een aanstelling in de een of andere fabriek in Duitsland, om slavenarbeid te verrichten. Gerrit en hij besloten om onder te duiken en Cees kwam terecht bij de familie Versnel in Wormerveer. ‘Oom’ Leo en ‘Tante’ Riek zorgden voor Cees, alsof hij  hun eigen zoon was, al wisten ze dat ze daarbij hun eigen leven op het spel zetten.
Evengoed vermaakte Cees zich over het algemeen opperbest. Hij speelde gitaar en samen met anderen talentvolle artiesten vormde hij een groep, ‘De Rambling Cowboys’, die al spoedig overal graag geziene gasten waren.
 
Om een goed idee te krijgen van de dolle tijd in Nederland vlak na de Bevrijding is de film ‘De Zomer van 1945’ zeker aanbevolen. Na de interessante en spannende tijd in Wormerveer wilde Cees meer avonturen en probeerde hij eerst aangenomen te worden bij de Navy en toen dat niet lukte bij de Wilde Vaart.
Die konden hem ook niet gebruiken, dus moest hij wat anders zoeken. Op een gegeven moment liep hij tegen een oude vriend, Simon Schoon aan en op 31 Juli meldden ze zich aan als vrijwilliger bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger om in Nederlands-Indië de gehate Jap dat land uit te werken.
Ze werden ingedeeld bij het 6-1 regiment wat toen deel uitmaakte van Montgomery’s 8ste Army. Ze kregen een tweede hands Brits uniform, honderd echte Player sigaretten en een maaltijd zoals ze in geen jaren gezien hadden. 
Ze mochten met verlof naar huis waar z’n broers hem gevoegelijk van zijn Player sigaretten afhielpen. Maandag 2 Augustus 1945 begon zijn leven als soldaat. Doel: meer avontuur.
 
Ze trainden op de hei bij Vught en wachtten in Sittard af tot ze konden vertrekken. President Harry Truman gaf orders voor het bombarderen van Hiroshima en Nagasaki. Dit bracht de gehate Jap eindelijk door de knieën. Wat hun in Indië stond te wachten?? Ze zouden wel zien.
 
Half Augustus nam Cees afscheid van zijn lieve Moeder, die haar tranen stond te verbijten. Vader zei: “Doe je plicht, zoon” en oom Piet mompelde: “Ik wou dat ik nog jong was.” Toen was hij weg. Zijn Vader zou hij nooit meer zien.
Op 14 Oktober 1945 namen ze een trein naar Calais, Frankrijk, die hen met de ferry ‘Biaritz’ bracht en twee uur later hadden ze het Kanaal overgestoken en landen ze in Dover. Met een andere trein belanden ze ettelijk uren later in de militaire barakken van Wokingham. Hier kregen ze hun tropen uitrusting en na wat beroemde Engelse ontbijten kwam er weer wat kracht in lichamen de vooral in de laatste maanden van de oorlog honger hadden geleden. In het staartje van een enorm zware storm voeren ze door de Golf van Biscaye . Cees vond het prachtig!
 
Het varen door de Middellandse Zee was een sprookje. Gibraltar, Suez kanaal, Golf van Aden, Indiase Oceaan, een dagje in de haven van Trincomali op Ceylon, wat nu Sri Lanka heet. De kust van Sumatra verscheen en verdween achter de horizon. Enkele detachementen verlieten het schip in Penang. Later lieten ze het anker vallen bij   Port Swettenham, Malacca Hier werden ze met landingsboten ‘gedumpt’ op de pier. Met vrachtwagens werden ze verder gebracht naar een kamp op de stranden van Morib. In hun ogen was het net de Riviera. Ze pakten hun spullen bij elkaar en vonden een plekje om een deken uit te spreiden en te genieten van hun vrije dag. Het eerste wat Cees deed was zijn gitaar pakken en samen met nog een paar gelijk gestemde zielen zochten ze een lekker plekje uit onder de meest romantische palmboom. Ze zongen: “Close to Honolulu where the woods begin, Lives my Hula Maiden with her golden skin. And when the moon…..” 
Plotseling sprong een van de jongens, luid vloekend en scheldend, overeind en de anderen volgden, wild trekkend aan hun shorts and wat er verder nog onder zit, om hun meest gevoelige lichaamsdelen te bevrijden  van een zeer venijnig soort rooie mieren. Alweer een droom voor altijd vergaan.
 
Ingezonden via Lofty van Bussel, vertaald uit dagboeken van Cees Groen door  Susan Meijers, nichtje van Cees Groen  .