“Opa” voor de klas van groep 8.

Het was weer een zondag  dat de kinderen en kleinkinderen op visite kwamen en de familienieuwtjes werden bijgepraat. De kleintjes hoorden het gesprek knabbelend aan hun chips zonder aandacht aan, althans dat dachten wij, het gesprek. Het ging over politiek en oorlog.
Netjes het gesprek afwachtend, kwam ze naar me toe, Susie 11 jaar. “Onze meester heeft aan ons gevraagd: “ wie zijn opa heeft de oorlog meegemaakt en is ook in Indië geweest?” Toen heb ik mijn vinger opgestoken en toen vroeg de meester of ik opa wilde vragen om tijdens de geschiedenisles te komen praten over de oorlog en Indië.”
Daar zit je dan met het vragende smoeltje van je kleindochter voor je. Ik wilde niet dat zij de meester moest teleurstellen en ik stemde toe.
Zondag de afspraak gemaakt. Woensdag daarop voor de klas!
 
Ik had dat nog nooit eerder gedaan dus maar een paar punten op het spiekbriefje zetten.
Op de vraag “hoe laat moet ik er zijn?” was het antwoord:”geschiedenisles 10.30 tot 11.15 uur.”
Woensdag om kwart over tien was ik aanwezig in Wouw. Ik werd naar groep 8 gebracht en daar stond de “slimme” meester mij al op te wachten.
Met een lach op zijn gezicht vertelde hij mij dat n.a.v. de dodenherdenkingen en Bevrijdingsdag hij de taak had iets aan de kinderen te vertellen en iets bij te brengen over de oorlog van ’40-’45 en waarom de soldaten naar Indië gingen. Het was toen bij hem opgekomen, dat dit niet beter gedaan kon worden dan door iemand die dat zelf meegemaakt had, zodoende de vraag aan de klas wie er een opa had die daarover iets te vertellen  had.
Nu ben ik ook niet van gisteren……ik kon daar niet zomaar als gewone opa binnen komen. Het moest toch een beetje op een “soldaten-opa” lijken. Dus trok ik het tenue van de “Wapenbroeders” aan,  compleet met eretekens van B.S., Orde en Vrede, Vrijwilligersmedaille, Mobilisatie-oorlogskruis, draaginsigne gewonden, speld met helm, zwaard en lauwertak, stropdas van Tijgerbrigade, OVW-embleem, de grote tijgerkop die we in Indië droegen en de baret op met het embleem van de Limburgse Jagers. De bekkies van de kinderen vielen niet alleen open,  maar ook het bekkie van de meester. Alleen over die versierselen kan je al een half uur praten.
Verder had ik al de lectuur die wij krijgen als veteraan bij mij. De Wapenbroeder, Sobat VOMI, Kareoler, Checkpoint en natuurlijk onze eigen Tijger” die ik dubbel had. De bladen heb ik achtergelaten als documentatie voor het schoolpersoneel.
 
Over de oorlog ’40-’45  is al veel te vertellen, maar goed het gaat er de kinderen om, wat heeft de man zelf meegemaakt, wat heeft hij beleefd? Wat voor hen spannend is, wat  door de Duitsers persoonlijk  tegen de burgers, bv. De razzia’s, te werkstelling in Duitse fabrieken, bombardement Rotterdam, verzet en overgave van het Nederlandse leger door gen. Winkelman, het vertrek van de koningin naar Engeland, de ondergrondse en het verzet, wat de mensen deden voor de onderduikers en Joden, waaraan de Joden herkenbaar waren en waarom de haat van de Duitsers tegen hen, maar ook de zigeuners en homo’s. Je vertelt ze over de gaskamers, maar ook over eigen verzetsmensen die het met de dood hebben moeten bekopen.
Tijdens het gesprek  sta je er van te kijken  hoeveel vragen  en hoeveel zij wilden weten.
Vragen over aardappelen smokkelen bij de boer omdat er te weinig bonnen waren voor brood. Over N.S.B.-ers die de burgers controleerden op pasjes.
Leg eens uit wat een N.S.B.-er is. Waarom pakten  die jouw aardappelen af, als je van de boer kwam?
Je kunt zo ontzettend veel vertellen over de oorlog. Je merkt ook hoe weinig zij er van weten. Het is mij opgevallen dat zij wel weten wie de bevrijders zijn van Nederland. Ze komen klassikaal op de Canadese en Engelse kerkhoven.
 
Als je overschakelt waarom de Nederlandse soldaten naar Indië gingen, merk je nagenoeg dat zij daar heel weinig over weten.
Over het algemeen genomen wordt er gedacht dat we moesten gaan vechten tegen de Jappen om Indië als kolonie terug te krijgen, terwijl koningin Wilhelmina  toch wat anders beloofd had.
Als je dan gaat vertellen dat je daar orde en rust ging brengen, dat je mensen ging beschermen tegen de eigen bevolking, tegen pemoeda’s, bendes en georganiseerde troepen, dat er toch  ook goede Jappen waren  die de vrouwen in de kampen beschermden tegen  eigen bendes.
Dat er toch veel gevochten moest worden tijdens de politionele acties om het land vrij te maken zodat de bevolking weer op de sawah’s  konden werken  en met hun handel naar de markt konden.
Dat de Nederlandse soldaten  kleine ziekenhuizen bouwden in de omgeving van de kampongs. Hoe pijn het deed bij de Nederlandse soldaat als een van hen sneuvelde.
De klas wordt stil als je op sommige dingen gedetailleerd in gaat  De bekkies vallen open. De vragen komen los.
Alles willen ze weten.
Er is zoveel te vertellen over het vergeten leger, wat wij toch waren.
Hetgeen ik hier beschrijf is maar een kleine greep. Ik kreeg 45 minuten, Het werd 1½ uur. De kinderen bleven liever luisteren  dan de 10 minuten pauze te nemen waar ze recht op hadden.
Tijdens de vragen die ze mij stelden, waren mijn gedachten wel eens ergens anders……….. Hebben wij als vaders – opa’s niet te weinig verteld over ons goed bedoelde werk in  dienst? Ook over de onderscheidingen werden veel vragen gesteld.
Het was ook voor mij een ongewone ervaring met deze kinderen te mogen werken. Als je kans krijg, moet je het zeker ook doen!       .

 

                        Johan Cats.

< naar verhalen  /   < naar index