dagboek henny van oosterhout  deel 3 sept/oct'46

 
Maandag  2 sept.‘46
Vanmorgen alles ingepakt en weer terug naar de Bodjongschool. We zijn afgelost en zijn actie-coy. We liggen weer in de grote zaal met het 2e peloton. Vanavond was er geen licht op de zaal. Het 1e peloton mocht uit en de rest moest binnen blijven. 
Het was ongezellig en ben vroeg onder de klamboe gegaan.
 
Dinsdag 3 sept.’46
Ik lig met 5 man in de hal bij de zogenaamde pelotonsstaf. Het zijn een stel mooie. Vanmorgen hebben ze verscheidene klamboebandjes vastgeknoopt en de eigenaars aan het prutsen om de knopen los te maken. Vandaag mogen we er uit. Ben met Wietse naar de bioscoop geweest. Wietse is soldaat 1e klas geworden. 1e streep. Hij is brenschutter. Ik hoop dat ik ook een kans maak.
 
Woensdag 4 sept'46
We moeten nu iedere dag klaar staan om uit te rukken. Het 1e peloton is vertrokken naar het oude vliegveld "Kebang Haroen".  Om 10.00 uur moest het 2e peloton gaan helpen. Er was een noodoproep, maar toen we daar aankwamen, had het 1e peloton zich reeds teruggetrokken. 1 Gewonde, "Jopie" de Hagenees. Door granaatsplinters gewond. Zeven scherven in benen en hoofd. Hij later per ambulance naar het hospitaal gebracht. We waren om 12.00 uur weer terug. 
Om 17.00 uur vertrokken we naar Toego. Ondertussen was het donker. De verkenners zetten er een flink spurtje in. We gingen de berg op.  We waren halverwege, toen een mortiergranaat insloeg. Een knal! We hoorden de 2e granaat afschieten.  Dat is een rot iets, afwachten waar die in slaat. Het was een blindganger. Toen terug getrokken. Het doel  was bereikt. We waren juist op de driesprong toen de vijand begon te vuren op de  berg vanwaar we ons hadden teruggetrokken. We waren niets te vroeg weggegaan en hadden die kerels bij de neus. Wij vroegen ons eigen mortiervuur aan. En de heren kregen onze 5-inch granaten op hun zak. Je zag die granaten in het donker goed inslaan. Daarna nog een uur bij het station Drajakta in hinderlaag gelegen, maar er kwam niets. Liepen via de spoorrails terug naar het vliegveld. Daar kwamen de trucks ons ophalen om ons naar het  bivak te brengen.

Donderdag 5 sept.'46
Vannacht zijn het 1e en 3e peloton erop uit. Momenteel stikt het hier van de vliegen. De laten je geen moment  met rust. 
Om 12.00uur was de patrouille terug. Sergeant Bone van het 3e peloton is gewond door mortierscherven.  Het peloton had heftige tegenstand gehad en was beschoten door mortieren, en lichte en automatische wapens.  Ze zijn dikwijls nog beter bewapend als wij. Vanavond zijn wij het reserve peloton (2e pel) en mogen niet uit. We mogen om de drie dagen 's avonds de stad in. Ik vind dat niet zo leuk en de jongens ook niet. Wij zijn reserve compagnie van het bataljon. Momenteel.
 
 
Vrijdag 6  sept.’46
Vanmorgen kregen we 3 kwartier exercitie. Nu het was hommeles. De jongens werkten niet mee. Ofschoon het  gekkenwerk is om nu nog de jongens laten te exerceren. 
Om 13.00 h een verkenningspatrouille naar het kruispunt, nieuwe vliegveld over de heuvels, naar de hoogste heuveltop ( de Kebo). We kwamen door de kampongs. Mar op die kale heuveltoppen daar brandde de zo. En het zweet loopt tappelings van het gezicht. Toen we de Kebo naderden, verwachtte ik ieder ogenblik mortiervuur of iets anders van de vijand. We trokken door het dal heen en naderden de steile heuvel.± 150 m hoog en daar zig zag tegen op. Je zag de granaattrechters en scherven van onze artillerie. Boven op de top hadden ze stellingen en loopgraven gemaakt. Bekaf kwamen we boven en hijgden als stoompaarden. We klommen in de versterkingen. Er was niemand, de pelotonscommandant observeerde de omgeving waar onze jongens gisteren en eergisteren vuur hadden gehad en dat verliezen onzer zijde had gekost. We zagen wel verscheidene personen lopen maar verder was alles rustig. Na een uur braken we op en gingen  de berg af. Nu ging het makkelijker. We moesten nog ongeveer 3 km lopen voordat we bij onze mortierstellingen waren. Daar stonden de trucks al klaar. De mortieren en de manschappen op de auto’s en snorden stadwaarts. Het was 17.30h.
 
Zaterdag 7 sept.’46
We zijn vandaag reservepeloton. De anderen 2 pel. hebben patrouilles gehad. Gisteravond moest ik invallen voor wachtdienst voor een die ziek was geworden.
 
Zondag 8 sept.’46
Vannacht om 02.30 h is een weer patrouille eruit geweest. Mijn wacht is goed verlopen. Verder is niets bijzonders voorgevallen, alleen voel ik mij lusteloos, moe en slap. Dat is al.
 
 
Maandag 9 sept.’46
Vanmorgen verplichte rust. Ik heb nog wat genaaid. De artillerie is ook nog even in actie geweest en een sectie van 3e peloton is vanavond geconsigneerd.
 
Dinsdag 10 sept.’46
Vanmorgen plenty broeken nauwer en korter gemaakt. Verdiensten f 20,-. Om 14.00 h vanmiddag gaan we ( 2e sectie) op verkenning naar de Kebo. We  komen terug langs punt 64. Daar komen de trucks ons ophalen. Niets gezien vanmiddag. 
Om 17.00h waren we weer terug. Vanavond naar de bioscoop geweest.
 
Woensdag 11 sept.’46
Vanmorgen om 06.30 h voor  actie in de richting van het oude vliegveld. 2 tanks gingen mee voor dekkingsvuur. 
Om 8.30 h lagen we in de uitgangsstelling. Het 1e pel. had vuurcontact gekregen en 2 km verder was 13 R.I. en joeg ze in de richting van ons. Het was een echte omsingelingsslag.  
De vijandelijke stellingen lagen ±1500m op een berg en werden onder vuur genomen door de tankartillerie. Wij moesten onder dekking van de tanks en het 1e pel  de kali over die door het brede dal stroomde. We stonden klaar om de steile helling af te glijden. Vasthoudend aan de struiken . Wietse was al tussen het struikgewas verdwenen. Ik zag de dolk van Wietse in de afdaling, greep het mes, struikelde en stak me met het mes in mijn knie. Het bloedde flink, maar vooruit. Haalde mijn maatje in en gaf hem het mes en merkte toen pas dat ik mijn eigen dolkmes uit de schede had laten vallen en het verloren was. Mijn mooi padvindersmes!
Onder dekking renden wij de Kali over tot kniehoogte er doorheen. En alles onder hels lawaai van mitrailleurs en andere wapens. Al rennende verder voorwaarts, natte broek, soppende schoenen, weer verder de heling voor ons op. En het ging al langzamer, mijn hart bonsde en hijgend renden we verder. Ik nam de bren van Wietse over, gaf hem mijn wapen. Hij kon niets meer. Terwijl ik ook bijna geen adem meer had en het werd steeds steiler en renden door de doornstruiken en kregen bloederige krassen over onze armen. We lagen halverwege de begroeide heuvel toen we allen munt waren. Finaal op. Sommigen vielen neer van oververmoeidheid en konden niet meer. Even rusten maar, op naar de top met die zware bren en munitie. Toen kon ik niet meer en bleef onder liggen.  Een ander nam de bren over en bracht hem op de top. Toen strompelde ook ik naar boven en bleef hijgend liggen in de gloeiende zon. Het drinken in de veldfles was bedorven. Riny had er nog een neergeschoten. Halve schedel eraf, ik zag hem liggen. Beneden ons, rechts brandde de kampong. Ik hoorde schreeuwen en gillen en zag mensen rennen die zich het vege lijf wilden redde.
Na 10 min. daalden we de heuvel weer af en trokken we naar links, naar een andere kampong. Die was leeg .We gingen de kali weer over en lieten we ons op de knieën zakken en gooiden het koele water met onze hoed over ons hoofd en fristen ons op. Er had zich nog een plopper in de kali verstopt. Die kreeg een paar stenpiepers in zijn bast en over de kali rustten wij en maakten weer met 13 R.I. contact.
Ons peloton ging onder de voet van de berg door. De andere pelotons weer over de berg en de andere er weer langs. Er werd onderweg nog een Jap neergeschoten. Overal lagen uitrustingsstukken en er lagen overal handgranaten. Zo kwamen we aan de kapotte brug alwaar de terugkerende tanks ook juist aankwamen. De Rode Kruis ambulances stonden daar ook te wachten. Wij moesten doorlopen naar punt Q64. Daar stonden de kantinewagens en de trucks.En daar kregen we een heerlijk glas mokkakoffie daar knapten we van op. 
Om 13.30 vertrokken wij weer naar de stad. Finaal kapot en op, maar we waren heelhuids weer zonder verliezen. Vanmiddag onze wapens moeten poetsen.
 
Vrijdag 13 sept.’46
Gisteren een rustdag gehad. Vanmorgen om 08.00h bij het oude vliegveld een kampong doorzoeken. Onze sectie had stelling genomen bij de kapotte brug en ik lag lekker met Wietse in de schaduw. Om 11.00h weer piki naar Semarang.
 
Zaterdag 14 sept.’46.
Vanmorgen is er een patrouille uitgegaan. Onze sectie was reserve en moesten gereed staan en om 10.00h theorie pionieren. Wij hebben een nieuwe pelotonscommandant. Onderofficier van Deurlo.  Hij is overgeplaatst van de 1e comp. naar ons (2e compy) De eerste cie was blij dat ze hem kwijt waren en wij zitten met hem op gescheept. Het is een oude adjudant van de vooroorlogse cavalerie. Een lange kerel. Loopt wat houterig. Zijn  bijnaam in het bataljon is ”Het peerd” In het begin viel het mee, maar later een oude eigenwijze sok. 
Hij liet wat los, dat er wat in de lucht hing, maar wat het was? Ja dat moesten wij maar afwachten. Wij zijn vanavond weer geconsigneerd en mogen vanavond er  niet uit. Pech voor ons.
 
Zondag 15 sept.’46
Om 07.00h hadden we patrouille naar het oude vliegveld. Bij de ongenoemde kampong in stellig gelegen en terug over Wringing Toeloe. We zijn niets tegen gekomen. We hebben uit een lege kampong wat meubels en een oude fiets meegenomen. 
Vanavond met sepadry Wietse naar Orion geweest. Een spionagefilm.
 
Maandag 16 sept. ‘46
Vanmorgen een bespreking van “ Het Peerd” op het binnenplein. Morgen gaan we het oude vliegveld en de nabij gelegen kampong bezetten. We krijgen dan plenty werk. Het hele bivak opbouwen met versterkingen en prikkeldraad. Ze zijn nu over wapenstilstand aan het praten, maar dat toch wel niets geven. Vanmiddag inkopen gedaan en ben verscheidene guldens lichter geworden. Alles is ook zo duur. Vanavond kregen we onze rantsoenen en Amerikaanse camouflage overalls. Machtig spul is dat. Net een kikker. Het is een soort overall met ritssluiting en grote zakken en met witte, gele , groene vlekken. Nu de Dutch army gaat vooruit. De rest  van de avond gezellig gekletst, want dat  heeft een soldaat ook nodig. Je moet ook kunnen lachen en zullen voorlopig niet meer in de stad bivakkeren. Trouwens over heel de stad worden de stelling naar voren geplaatst. Zo ik eindig en piki slamat tidoeren. Morgen is het vroeg dag en wordt het weer een zware dag. Maf ze.
 
Dinsdag 17 sept.’46   "Actie uitbreiding."
Reveille om 04.00h. Vlug de rest ingepakt. Een plunjezak blijft achter. Vlug wat gegeten en om 06.00h vertrek. Wij, de 2e comp. vertrokken met 8 trucks vanaf de Tijgervilla. We moesten voor de Boeloebrug wachten. Er stond al een hele file trucks en 2 tanks. Alles voor de beveiliging van de 2e compy. Ook de pioniers van de brigade waren erbij. Toen kwam het bevel “voorwaarts”. Bij de brug links af, richting oude vliegveld. Toen we bij de oude en kapotte brug brug waren, bleek die weer gemaakt te zijn en beveiligd door de stoottroepen, De steile heuvel op vanwaar we een prachtig panorama hadden. In de verte pal noord, de Javazee, zuid-oost De Gombel van 13 R.I. en als trouwe wachter in het zuiden de grote berg in de verte, “De Oegaran.” De kali zag je zo mooi, door het dal in grillige bochten stromen en ze ziet er zo verleidelijk uit. 
Eindelik kwamen we aan de lege kampong aan die op een heuvel ligt. De stoottroepbeveiliging  die ons beveiligden hadden de omliggende heuvels bezet. De kampong, waar het merendeel  der hutten bij onze vorige acties al in de as was gelegd, zag er triest en verwaarloosd uit en was begroeid met bamboestruiken tot 10 m hoogte. Ook bananenbomen en klapperbomen. 
Nadat de trucks van de coy zich een weg door het dichtbegroeide pad had gebaand, sprongen we op een erfje uit de truck Vlug alles uit de wagens gehaald (plunjezakken) sectie-gewijs en na even gewacht te hebben kregen we gereedschap om de plaatsen waar onze tenten komen te zuiveren. Bomen en struiken werden met een klewang en bijl omgekapt. Het stikt hier van de mieren en als je een boom of struik kapt, vallen die krengen bij bosjes op je blote rug. We hadden een tent half staan.  Toen we direct op order van de kolonel,  die ook naar ons kwam kijken,  provisorische stellingen moesten  bouwen en  schuttersputten  graven. Wietse en ik groeven onze bren-stelling. Jopke en Penning hadden links in de hoek van ons bivak de zware mitrailleur en toen konden we onze krachten meten op de harde rode grond,die je met het pikhouweel moest los hakken. Dat kostte ons veel zweetdruppels en het was heet. Ondertussen waren anderen de prikkeldraad rollen aan het spannen, zo'n  25 meter  voor de stellingen.  We hebben nu een goed schootsveld.
De stoottroepen  waren ondertussen slaags geraakt met de extremisten. De schoten daverden door de vallei. 
Vanmiddag zijn we verder gegaan met het opzetten van de tenten voor de hele compie .Iedere sectie krijgt 3 tenten per peleton10 tenten en dan de rest van de compie. Wij slapen  [de bren-groep ]met zijn drieën en een machtige plaats voor mijn naaimachine die we ergens mee uit een lege kampong hebben mee genomen.
De Ambonese militairen van het KNIL hadden het voorterrein gezuiverd ofwel het beter gezegd het schootsveld gezuiverd van bomen en struiken. Nu die heren kunnen reuze goed met de klewang om  gaan. 
Vanavond om 17.00 uur op wacht. In tijgervel,  nu dat zal niet meevallen. 
Vanmorgen om 04.00 h op en dan nog hard gewerkt en dan nog 14 uur op wacht in de stelling met zijn tweeën, maar ja je bent O.V.W-er of niet  Nu zal ik mij en Wietse [mijn  slapie] een goede wacht toe wensen
                        
 
Woensdag 18 sept.’46         
Nu,  ik was blij dat de nacht om was .We hebben met de slaap geworsteld  Ons peloton was  te klein om het hele bivak te beveiligen. We zaten in onze schuttersputten  50 a  60 meter van elkaar  Het schootsveld  liep schuin naar beneden, En de nacht was donker, je hoort dan allerlei nachtelijke geluiden. Het ritselen van bamboestruiken en het piepen van vechtende ratten. En maar luisteren en turen in de donkere nacht tot je ogen er pijn van deden Je moest kijken, opzij voor en zijwaarts en ook nog achterwaarts. Want we zaten zover van elkaar in het begroeide terrein  Dat als er een vijandelijke  patrouille in ons kamp konden komen dan lopen ze tegen de rol prikkeldraad. Waar je zo over kunt stappen en wij ze niet kunnen zien. We hebben wel lichtfakkels 
Plotseling  om  02.00 uur barsten 2 salvo's korte stoten  uit de zware mitrailleur naast ons. Wij direct vol spanning ons afvragend wat er aan de hand  was. We hoorden schreeuwen en gillen. Maar wij zagen niets Mijn maatje en ik vroegen ons af wat er aan de hand was. Aanvallende vijanden ? Afwachten maar het werd licht en begon  te dagen  En vernamen toen dat er drie mensen dood voor de versperring lagen een man een vrouw  en een kind, alle drie getroffen. Ben met daglicht nog wezen kijken. Er was een groep van 15 personen met hun hele hebben en houwen op de versperring gelopen.
De overblijvende vertelden, dat ze gevlucht waren voor de extremisten en zij wisten niet dat wij deze verlaten kampong bezet hadden zodat ze tegen het prikkeldraad opliepen en zodoende ze zo ongelukkig beschoten werden. Penning en Job waren de schutters en hadden hun plicht gedaan. Ze konden ’s nachts in het donker niet zien wie aan de draad komt. Vooral omdat de vijand net een km van ons vandaan zit. De doden zijn later door de mensen weggehaald en begraven door hun eigen mensen De rest van de dag 2 uur op en 4 uur af.  En wel in die 4 uur af moeten werken. 
Vanavond vroeg in mijn veldbedje gekropen. Ik eindig en ga maffen wat mijn kaarsje is bijna op  anders moet ik mij in het donker uitkleden. night.  
p.s. Limburg Brabant zijn 2 jaar bevrijd. Vanavond nog een brief gehad uit Utrecht van een nieuwe pengirl.
                                                                                               Ten velde, uit de ongenoemde Kampong
Donderdag 19 sept.’46
Nu vandaag hebben we weer flink aangepakt. Vanmorgen gingen er 2 secties opuit en werden beschoten. Kort daarop beantwoordde onze artillerie op vijandelijke opstellingen 1000 m van hier. Je kon de inslagen zien. Verder flink gewerkt aan onze stellingen. Ben vroeg naar bed gegaan. De slaap inhalen.
 
Vrijdag 20 sept.’46
Vanmorgen is de 3 coy verder opgerukt. Om de vooruitgeschoven opstellingen in te nemen en verder nog 3 actie compagnieën. Die kregen veel tegenstand. Om 8.00h vanmorgen zijn we met onze sectie er op uit geweest. Bijna tot Klampisan ( punt 47). Het ging berg op en af. We hadden het warm in onze camouflage overalls. 
Om 11.00h waren we terug . Niets bijzonders.
Vanavond om 17.00h op wacht. Om 19.00h werden we op granaten getrakteerd. ± 200 m rechts van ons bivak vielen ze neer. Ze hebben me nu tot brenschutter gepromoveerd. Meer gewicht op rug en schouder. Wietse brencommandant en Adje Schoone mijn helper. Ik heb vannacht met de slaap geworsteld. Mijn ogen vielen dicht. Alleen de wilde varkens aan het prikkeldraad. Verder niets bijzonders. Regelmatig controle van de wachtcommandant.
 
Zaterdag 21 sept.’46
Om 07.00h ben ik gaan eten en ben gaan slapen. Totdat ik gewekt werd door de 3-inch mortier granaten die door het mortierdetachement werden afgeschoten binnen ons bivak. Onze stukken schoten een machtig snelvuur af. 
Om 12.00h moet ik 5h de boom in, een uitkijkpost die goed uitzicht geeft.
Ik kom achter met mijn brieven te beantwoorden. Overdag geen tijd en ’s avonds geen licht. Dus vroeg naar bed.
 
zondag 22 sept.’46
Vannacht is er nog geschoten door de Vickerpost en werd daar wakker van. Vanmorgen kregen een lekker eitje bij het ontbijt. Het wordt weer hard werken aan de nieuwe bunkerversterkingen. 
Om 9.00h een mis die gedaan wordt door de aalmoezenier. Er is weer een patrouille op uit en wij zijn reserve peloton.
Vanmiddag zijn we met 2 secties op patrouille geweest naar een plaats waar nog niemand is geweest. Ik had de bren en het ging berg op en  af. Door kali’s en ravijnen. Onderweg liepen we 7 wilde zwijnen tegen het lijf en die gingen er gauw vandoor. Daarna een steile begroeiing door en dat viel niet mee. Gelukkig hadden we spijkers onder onze schoenen . We worden echte bergbeklimmers, alleen je wordt er zo hondsmoe van met die bren  van 11 kg en dat moest niet mogen. Ongeveer 1h geobserveerd op 125 m hoogte. In de verte de zee zien glinsteren Er was daar op de berg veel fruit. Dat was lekker spul en erg sappig. De terugtocht is goed verlopen. We hadden gedacht vuur te zullen krijgen. We  zagen wel een groep mensen(20) die zich in Z.W. richting verplaatsten. Die mensen zijn door de extremisten met mitrailleurvuur beschoten. 
Het begon donker te worden toen we in ons bivak aan kwamen. Verder niets bijzonders.
 
maandag 23 sept. ‘46
Vannacht onrustig geslapen. Er is veel geschoten met artillerie en met mortieren. Ook door de wachtpost is geschoten. Vanmorgen weer op patrouille geweest, weer naar punt 47. Het was een verkenningspatrouille. Geen tegenstand gehad. Vanmiddag weer aan onze bunkeropstelling gewerkt voor mijn bren. Een schietsleuf en een halve meter grond op de bunker. Dat samen met Adje Schonen. Hij is nu bijna klaar. Je kan er royaal met zijn tweeën in zitten en heb een goed schootsveld. 
Ik ben gaan buurten bij de jongens van de zware mortieren die bij ons gedetacheerd zijn en had een gezellige avond gehad.
 
Dinsdag 24 sept.’46
Vanmorgen nog hard aan onze bunkeropstelling gewerkt Hij is nu zo goed als klaar. Vanmiddag nog wat gewerkt aan de tent. Om 16.30h op wacht van de 24h en dat is toch fucking long time. Ik hoorde nog een wild varken knorren en wroeten, maar zien kon ik hem niet. Ik heb nog 2 vuurstoten afgegeven met de bren op commando op een licht op de oude startbaan. Verscheidene lichtkogels troffen een rieten dak of wat anders. In ieder geval de boel heeft 15 min. Gebrand. Ik heb niet hoeven te worstelen met de slaap en was redelijk fit.
 
Woensdag 25 sept.’46
Ik heb om 07.00h gegeten en weer terug naar de stelling. Mijn helper is nu gaan eten. Ik heb wat schrijfgereedschap meegenomen en schrijf nu momenteel in de stelling. Anders krijg ik er geen tijd voor. Voor me  de schietsleuf waar dreigend de lichte mitrailleur uitsteekt. Achter het prikkeldraad staan de bomen  dun begroeid en daar achter gelegen het dal. De artillerie is weer aan het schieten en hoor ook nog de zware mitrailleurs. Rechts van ons ligt de 4e coy op een vooruitgeschoven post. Gisteren hebben we een grote nieuwe dynamomotor  gekregen, zodat we morgen elektrisch licht zullen hebben. 
Ik ga nu mijn brieven schrijven. Er zit nog een patrouille sectie in het voorterrein. Verder niets bijzonders.
 
Donderdag 26 sept.’46
We waren vanmorgen al vroeg  bezig met  het werk aan de schuilkelder en de stellingen. We hebben een oude kamponghut gesloopt. Zijn vanmorgen 2 patrouillesecties uit gegaan. Plotseling  om ± 09.30 h  hoorden we mitrailleurvuur en geweerschoten. De patrouille was slaags geraakt op nog geen km buiten het bivak met de vijand. Wij, als reserve, moesten ons direct klaar maken om hulp te bieden.  Ze hadden een rode S.O.S.lichtgranaat afgeschoten voor ondersteuningsvuur van onze zware mortieren. Wij ,onze patrouille, had de 1e kampong op de helling bereikt en wilden de kali oversteken. Het vuren hield aan. Onze mortieren waren ook in actie gekomen en zagen dat de patrouille van Meijer zich terug trok en wij bleven nu voor de Kali liggen om de terugtocht van de patrouille te dekken. De vijand hield zich stil of dekten zich voor de granatenregen die op hun neerdaalde. Twee granaten sloegen dicht bij eigen troepen neer. Allemaal tegen  de grond. Toen de patrouille de kali weer was overgestoken en op weg naar ons bivak. Bij de 1e patrouille waren 3 licht gewonden. Daarna konden wij ons terugtrekken. Na 3 kwartier kwamen wij ook weer in ons bivak aan. De rest van de dag weer gewerkt. Vanavond om 19.00h kregen we film in het kamp. Stan Laurel en Olivier Hardey geheten”Schots en scheef”. Een leuke film. Vannacht staat het 2e pel. in zijn geheel op wacht omdat er een grote aanval op de stad wordt verwacht. 
Nu laat  ze maar komen. We moeten gekleed in bed.
 
Vrijdag 27 sept.’46
Het is onrustige nacht geweest. Ofschoon geen aanval. Er is veel geschoten met lichtfakkels en met geweer en bren. Heb slecht geslapen. 
Om 07.00h moesten we op patrouille naar een Z.W. richting gelegen kampong. Gelukkig gingen we over een paardenpad en ging het tamelijk goed. We kregen geen tegenstand en werd het een mooi tochtje. De grote kampong was, op een paar mensen na, leeg. Het was onnatuurlijk stil. Na de  zaak te hebben verkend gingen we weer terug, to home. 
Vanmiddag ter beveiliging naar de stad geweest. Nu de mensen daar zullen wel gedacht hebben, wat komen daar voor baardapen aan en vuil en bezweet. Daarna hout gehaald in een lege kampong.
 
Zaterdag 28 sept.’46
Vandaag in de keuken moeten werken. De afval hebben we naar het vliegveld moeten brengen. Daarna wat aan onze schuilkelder gewerkt. Vanmiddag kregen we nieuwe Amerikaanse sportbroekjes. Het broekje van de c.c. heb ik nauwer moeten maken. Om 16.30h op wacht. Vanavond hebben we voor het eerst elektrisch licht in het kamp. Aan de zuidkant is veel geschoten op gedaanten. De hele nacht is er door geschoten. Het zijn waarschijnlijk  vijandelijke patrouilles die ons uitproberen. Om 18.00h ontdekte een brenschutter op ± 900m op een heuveltop een vijandelijke patrouille.
 
Zondag 29 sept. ‘46
Moet om 12.00h op wacht. Niets bijzonders. Alleen vannacht onnodig veel geschoten.
 
Maandag 30 sept.’46
Vandaag bijna de hele dag met de half-truck hout naar ons bivak gebracht. Het waren vele mooie balken en latten. We waren flink bezweet. Ik moest de bren meenemen voor onze beveiliging. We zijn bijna tot Wringing toeloe geweest. 
Vanavond kreeg ik drie brieven en terug geschreven tot het licht uitging. Er mag niet meer ’s nachts geschoten worden tenzij bij direct gevaar voor het bivak anders worden strenge straffen uitgedeeld. Dat is maar goed ook. Er werd veel voor de flauwe kul geschoten en de mensen uit de slaap gehouden.
 
Dinsdag 1 october’46
Vanmorgen om 8.00h op patrouille geweest. In Z.W. richting het pad opgegaan naar de kampong op ruim 3,5 km van ons bivak. Daar moesten we onderzoeken of hoogte 190 bezet was. Onze  sectie moest de kampong  links onderzoeken. Hij was verlaten. De 1e sectie was vooraan het andere gedeelte aan het doorzoeken. Plotseling hoorden we Vickervuur en van een lichte mitrailleur. Het kwam van de steile heuveltop links voor ons. Er werd geroepen :”Bren naar voren!” Ik en mijn helper Adje toefelden naar voren. Dries T., de ordonnans achtera. Ik moest van het "Peerd" stelling nemen en vuren op de stelling van de vijand voor ons. Wim Scholte schoot 8 brisantgranaten met de 2 inch mortier, maar de afstand was te groot  ± 500m. 
Ik zette het vizier op 600m en gaf regelmatig korte salvo’s en enkel schots af met mijn bren. Ik zag er een lopen. De 2e sectie moest daar blijven liggen. De 1e sectie ging naar voren. Om op de top te komen. Ik heb die 40 min, er ongeveer 100 patronen verschoten met tussen pauzes om de vijandelijke mitrailleur vast te houden en de 1e sectie vrij te houden van vijandelijk vuur. De sectie is halverwege teruggekomen en hebben 50 man waargenomen in zwarte uniformen en heeft uitkijkposten en snipers in de bomen gezien. En anderen waren schuttersputten aan het graven. De 1e sectie heeft geen vuur daarop geopend en is terug gekeerd. Wij kregen de opdracht dat we terug gingen. We waren net 10 min. de kampong uit toen ze ons met mortieren beschoten in de kampong en waren juist piki. De heren hadden pech gehad dat we juist weg waren. 
Om 12.00h waren we weer in ons bivak. Onze wapens gepoetst, magazijnen weer gevuld. Daarna de waterafvoer verbeterd rond onze tent. Nu ik eindig en ga slapen. ( tidoeren) maf ze.
 
Woensdag 2 october’46
Vanmorgen moesten we met 6 man de bamboestruiken voor de prikkeldraadversperring wegkappen en opruimen. Rond het bivak zijn landmijnen gelegd en boobytraps. Dat geeft al weer een veiliger gevoel ’s nachts. Dan hoor je ze ’s nachts als ze rond het kamp zouden sluipen.
Vanmiddag wat geslapen en om 16.30h op wacht. We hebben een rustige nacht gehad. En wij, Adje en ik, gezellig gekletst tot we voor de regen in de bunker moesten vluchten. Daar konden we ons gesprek voort zetten. In de verte ten westen van ons was de 4e coy erg actief  met lichtfakkels. Ongeveer 20 stuks fakkels hebben ze afgeschoten en we hoorden nog schoten van een zware mitrailleur. We zagen een lichtspoor munitie. Ik kreeg wel slaap. Wietse kwam nog rond met de whiskyfles. Eventjes met de tong geproefd, maar ze  was mij te sterk.
 
Donderdag 3 october’46
Er was voor mij post op het bureau, 2 brieven van Ria en van thuis. Ik heb ze gelijk beantwoord in de stelling vanmorgen. 
Om 10.00h ga ik af. En vanmiddag naar de stad, sinds 2 weken. Er wordt een mooie film gespeeld.  
Straks gaat mijn baard eraf. Het weer is wat winderig. We krijgen binnen 14 dagen de natte moesson. 
Er wordt door onze mortieren de Z.W. bergtop beschoten. Je kan de inslagen goed horen. Vanmiddag naar de stad geweest. De bren moest mee. We hebben ons lopen vervelen en nieuwe film was ook niet aangekomen. We hebben in het restaurant een paar lekkere eieren verorbert en die smaakten prima.
Om 21.30h keerden we per truck naar ons bivak.
 
Vrijdag 4 october’46
Iedere tent van ons krijgt een omwalling van ruim 1 meter hoog. Weer hard gewerkt vandaag. 
Ze kunnen ons minder raken als de heren ons beschieten met mortiergranaten in ons bivak ( kamp). 
De wal wordt een halve meter breed en 1 m hoog ( granaatwerend)
                                                                                                                                                 
                                                                                                                                             Henny van Oosterhout
                                                                                                                            ten velde 2e peloton-2 compie 6 RI