Bataljonslied  2-6.  (voorheen van 1-6 R.I.)      &     De tweestrijd (  2-2-6 RI )              

                                     
   
Toen de Moffen hier nog waren,
Seys de duimschroef ons aandeed,
Was het de groep der ondergrondse,
Die verzachtte heel wat leed.
Vooral die oude ondergrondse;
Hoezeer Jan Hagel het ook speet, 
Hoera voor die oude ondergrondse;
Wij delen thans hun lief en leed!
Flinke jongens kwamen melden;
Ik wil vechten voor mijn land,
Heel ons land gaan wij bevrijden,
Van de Duitse dwingeland.
Het nieuwe leger werd geboren,
We noemden het II-6 R.I.
Allen een en een voor allen,
Voor het recht steeds op de bres.
   
Refrein: Refrein: II-6 R.I.
II-6 R.I., als soldaat steeds paraat
Voor het heil de staat.
II-6 R.I., ieder vecht voor het recht
Ons reeds lang ontzegd.
II-6 R.I., in het geweer keer op keer
't vaderland ter eer,
II-6R.I., strijd parmant, hand in hand
voor ons land.
Als wij straks staan aangetreden,
Op het grote strijdtoneel,
Weet dan, dat wij alles geven, 
Niets is ons dan nog te veel.
Of het regent, of de zon schijnt,
Of het dag is dan wel nacht,
Alles zullen wij trotseren,
Tot ons doel zal zijn volbracht.
   
  Refrein: II-6 R.I.
Nederland was overrompeld,
Door geweld en snood verraad,
Maar het was niet overwonnen,
En het weerde zich kordaat.
De Mof die werd van hier verdreven,
Door onze vrienden weggejaagd,
En de echte Nederlander,
Kwam toen weldra opgedaagd.
Moeten wij ons leven geven,
In de strijd om ons bestaan,
Dat de anderen dan niet treuren,
Doch manmoedig verder gaan.
Leggen wij ons nietig leven,
Vol vertrouwen in Gods Hand,
Opdat Hij ons vrede geven,
Koningin en vaderland.
Refrein: II-6 R.I. Refrein: II-6 R.I.

 

De tweestrijd
gemaakt door de jongens van van de 2e compagnie op Morib Beach 17-12-1945
Gestreden heb ik dagen, nachten, 
gepijnigd steeds opnieuw mijn brein
wat liefde, plicht van mij verwachten
wat zal het einde daarvan zijn
doch toen ik tot klaarheid was gekomen
en had genomen mijn besluit
nu offer ik al mijn toekomstdromen
met hoofd omhoog en blik vooruit

 

Aan jou mijn meisje wil ik vragen
aan jou waar ik zo van houd
ik kan het toch niet langer dragen
dat heel ons IndiŽ wordt vernield
houdt goeden moed, wilt op mij wachten
al wat gebeurd ik blijf je trouw
wil in mijn plicht niet verachten
mijn laatste blik zal zijn voor jou

 

Refrein  Refrein :
want  ver van huis en ver van allen
zijn wij vertrokken naar het front
en mocht ik soms eens vallen
denkt dan aan mij op vreemden grond

 

want  ver van huis en ver van allen
zijn wij vertrokken naar het front
en mocht ik soms eens vallen
denkt dan aan mij op vreemden grond

 

Zeg moeder, ik had u willen geven
het schoonste wat het leven biedt
aan u dank ik mijn hele leven
al deed ik u wel eens verdriet
nu ik echter van u ben gescheiden
mijn plicht riep mij van u vandaan
vergeeving vraag ik voor dat leiden
wat ik u ooit heb aangedaan

 

Dag meisje, moeder, vader, kameraden
hoe zwaar het mij ook vallen mag
ik ga voor jullie in gevaren
voor het welzijn van Neerlands vlag
Ik trotseer het gevaar en trekt ten strijde
ben moedig, dapper en kordaat
want overal en ten alle tijden
staat steeds en opnieuw Neerlands soldaat

 

refrein refrein