Beknopte geschiedenis van de orde dienst Klundert.

 

 
Natuurlijk werd er al in Klundert verzet gepleegd en ondergronds werk verricht, maar met naderen van de geallieerden  wilde Klundert actief meehelpen aan de bevrijding van Nederland, dus begin 1943 werd al een poging gedaan om een organisatie op te zetten in Klundert. Dit mislukte door gebrek aan contacten en een goede organisatie. Na contact en overleg te hebben gehad met de Orde dienst van Bergen op Zoom, kon op 4 September 1944 met de nodige gegevens een start worden gemaakt met het opzetten van een organisatie. 
De heer J.G.L. Snijder werd commandant van de Klundertse afdeling.  Samen met de heer N.G. Lankhuijzen en Alph.Buijs wierf hij een groep van 67 personen. 
Het was  de bedoeling dat  de Orde Dienst zou bestaan uit oud militairen, maar het aantal oud militairen die aanmerking zouden komen was te klein, dus werd onder de burgerbevolking van Klundert leden aangenomen. Per koerier werd contact onderhouden met Bergen op Zoom. 
Een half jaar later kwam een re-organisatie. Alle boven de Mark gelegen gemeenten werden verenigd in een afzonderlijk district. De naam van dit district werd Delta Westhoek, het districtscommando was gevestigd in Zevenbergen. Zowel districtafdeling als plaatselijke afdeling  hadden een geheim codenummer. Zevenbergen had Z16 als districtsnummer, de afdeling Klundert had als nummer  3Z16.
 
Meteen na de oprichting werden instructies, bekendmakingen en  taken  vastgesteld.  De plaatselijk commandant werd belast met de uitvoering van de bevelen die weer werden verstrekt door  de opperbevelhebber van de land- en zeemacht. Bevelen die voor de bevolking waren bestemd werden bekend gemaakt met genummerde algemene bekendmakingen. De bekendmakingen moesten worden aangebracht op aanplakborden van de gemeente, waarvan de Duitse voorschriften moesten eerst verwijderd worden. De  commandant Klundert de heer Snijder moest direct na zijn aanstelling naar de burgemeester met wie hij moest samenwerken. Samen met de burgemeester moest  weer met de politie worden samengewerkt.  De politie werd ondergeschikt aan de plaatselijke commandant.
 
Taak 1: 
Het handhaven van de orde:
Belangrijke delen van de gemeente moesten worden bezet, wachtposten werden hiervoor aangewezen.Na het bevel moesten direct bezet worden: het gemeentehuis,  Domeinkantoor, postkantoor,gasfabriek, zuivelfabriek, pakhuis Buys, pakhuis Pars, pakhuis Ottevanger, alsmede moesten de  volgende wegen worden afgezet: Langeweg, Kerkweg, Zevenbergseweg, Stoofdijk, Buitendijk en  Blauwe Hoefsweg.  Voor deze wachten en patrouilles waren de manschappen met naam aangewezen.
Taak 2:
Het beschermen  van personen: 
a. voorkomen van samenscholen, 
b.bewaken van huizen van te arresteren personen, 
c. bewaken van huizen van personen , van wie de namen verwarring kunnen veroorzaken met die van N.S.B.ers.
Taak 3: 
Het beschermen van eigendommen: 
a.bewaking van huizen der gearresteerde personen. 
b.Afsluiting en bewaking van de door de Duitsers verlaten gebouwen. Deze komen in beheer bij de O.D. en moeten worden onderzocht op wapens , maar mogen pas betrokken worden na toestemming van de gewestelijke commandant. 
Taak 4: 
Internering  en tuchtmaatregelen:
Volgens bekendmaking aan de bevolking moet opgave worden gedaan van personen welke zich aan landverraad hebben schuldig gemaakt. De namen en adressen en bijzonderheden moeten zo spoedig mogelijk in duplo worden opgezonden aan de districtscommandant. Dit geld tevens voor de reeds door u verzamelde rapporten van personen welke zijn verdacht van daden tegen de onafhankelijkheid  of de belangen van het Nederlandse volk. Indien men bevreesd is voor ontvluchting van deze personen, dan moeten zij gevangen worden genomen.
 
Ook werd door de gewestelijke commandant een oproep gedaan voor vrijwilligers voor de Orde Dienst. 

 
Je meldde je aan bij de plaatselijke commandant. Bij werving werd gelet op betrouwbaarheid en politieke gezindheid; twijfelgevallen werden niet aangenomen. Militairen en oud militairen hadden voorrang. Auto's moesten bij de verkeersafdeling worden aangevraagd , wapens bij de districtscommandant.
Het domeinkantoor diende van 5 November 1944 tot 23 December 1944 als onderkomen van het bureau van de Orde Dienst., na 23 December 1944 verhuisde de Orde Dienst naar Villa Maria. 

1 November 1944 werden identiteitsbewijzen voor de Orde Dienst verstrekt.  Daarmee kon gelijk een strenge controle worden gehouden op het dragen van handgranaten, wapens en armbanden van de O.D.  Buiten diensttijd was het verboden deze te dragen. Onder diensttijd werd ook het komen en gaan van de  dienst gerekend.

De bewakingstroepen hadden hun eigen krant, die dagelijks verscheen. Abonnementsgeld: een sigaret per exemplaar. Vandaar dat de naam sigarettenvrijwilligers als snel aan de jongens van de bewakingstroepen werd gegeven.  Het eerste nummer van dit blaadje verscheen op 8 december 1944, kreeg verschillende namen, maar het werd 23 januari 1945 uiteindelijk toch "De Spreekbuis". Het laatste blaadje verscheen op 23 Maart 1945. In het blaadje stonden allerlei mededelingen en ontwikkelingen , veel voorvallen onder de jongens zelf  werden in  hilarische dichtvorm vermeld. 

 

                            Soldij  ( overgenomen van regeling van de Binnenlandse Strijdkrachten)
a. Soldij : f 1,- per man per dag.
b. vergoeding voor voorziening in eigen voeding f 0,75 per dag.
c. vergoeding voor voorziening in eigen huisvesting f 0,25 per dag.
d. vergoeding voor gebruik van kleding f 0,25
e. vergoeding voor gebruik schoeisel f 0,25 per dag.
f. Kostwinnersvergoeding op de basis welke heeft gegolden voor de door de bezetter voor de
verwanten van Nederlandsche  Krijgsgevangenen getroffen regeling ( volgens deze regeling
bedraagt het maximumbedrag der toe te kennen  kostwinnersvergoeding   f  40,65 per week
 
 
Veel jongens, die bij de O.D. hebben gediend, gaven zich tijdens hun O.D. tijd al op voor oorlogsvrijwilliger, werden gekeurd en ingedeeld bij  o.a. 1e regiment Stoottroepen en 1-6 Regiment Infanterie.
 
 
 
24 Maart 1945 werden de bewakingstroepen overgenomen door de tweede compagnie, eerste bataljon van het zesde regiment infanterie. De commandant werd kapitein Jos van Duren; ondercommandant werd luitn. Bijnachten. Vanaf 24 maart tot de bevrijding 5 mei werd Klundert nog volledig bewaakt. Aangezien er niet veel geoefende troepen waren, werden later weer veel taken overgenomen door het 14e regiment infanterie.